De uitdagingen voor Noordoost-Brabant

Hoe is deze agenda tot stand gekomen?

Om een nieuwe Samenwerkingsagenda te kunnen samenstellen, zijn we te rade gegaan bij de diverse gemeenteraden, colleges en ambtenaren in de regio. In een drietal ‘regiosessies’ hebben we analyses, meningen, standpunten en ideeën opgehaald. Deze hebben we vertaald in nieuwe maatschappelijke opgaven, waarna we bij alle deelnemers hebben getoetst of deze aansluit bij hetgeen naar voren is gebracht in de regiosessies.

Ook hebben we bouwstenen verzameld om tot een afgewogen keuze te komen voor de maatschappelijke opgaven die we regionaal oppakken. Zo hebben we in kaart gebracht hoe we er economisch voor staan en hoe de economie zich ontwikkelt (bijlagen 1 en 2). Ook hebben we een zogenaamde arena-analyse gemaakt van de coalitieakkoorden van de regiogemeenten en de waterschappen en van het beleid van het Rijk en de provincie Noord-Brabant (bijlage 3). Daaruit kwam naar voren wat de thema’s zijn die in alle gemeenten spelen. Ten slotte hebben we de huidige samenwerking van overheden en waterschappen geëvalueerd (bijlagen 4 en 5) en hebben we regionale werksessies georganiseerd om op te halen wat politiek als de belangrijkste regionale uitdagingen worden gezien op weg naar 2030.

De grote uitdagingen

Uit de verschillende analyses, uit de inbreng van ambtenaren, bestuurders en politiek tijdens de regiosessies in het voorjaar van 2019, en uit de reflectie in een enquête onder raadsleden hebben we de volgende uitdagingen voor Noordoost-Brabant gedestilleerd

Meer omgevingskracht, door te werken aan:

  • Herstel van het bodem- en watersysteem en verbetering van de waterkwaliteit

  • Schone energiewinning en gebruik van duurzame energiebronnen

  • Aanpassing aan de klimaatverandering (wateroverlast, droogte en hittestress)

  • Herstel van de biodiversiteit en het karakteristieke Noordoost-Brabantse landschap.

Meer agglomeratiekracht, door te werken aan:

  • Goed verbonden steden en dorpen

  • Opvang van de gevolgen van krimp en vergrijzing voor het voorzieningenniveau

  • Een woon- en leefklimaat dat mensen verleidt om in Noordoost-Brabant te (blijven) werken en wonen.

Meer innovatiekracht,door te te werken aan:

  • Groei naar een circulaire economie

  • Gezonde voeding en vermindering van voedselverspilling

  • Toekomstbestendige voedselproductie (duurzaam en diervriendelijk)

  • Slimme verbindingen tussen economische sectoren waar Noordoost-Brabant groot en sterk in is.

Meer menskracht, door te werken aan:

  • Anticipatie op veranderingen op de arbeidsmarkt en het voorkómen van grote schommelingen tussen krapte en werkloosheid

  • Een arbeidsmarkt die flexibel is en om weet te gaan met digitalisering en robotisering

  • Ontwikkeling van talenten, aantrekking en behoud voor de Noordoost-Brabantse economie

  • Iedereen doet mee: ruimte voor arbeidsmigranten en voorkomen tweedeling.

Meer samenwerkingskracht, door te werken aan:

  • Duidelijke rolverdeling tussen Regio Noordoost Brabant en de stichting AgriFood Capital: vestigingsklimaat ondersteunt het innovatieklimaat

  • Meer integrale aanpak door samenwerking met het arbeidsmarktprogramma Noordoost Brabant Werkt!, OndernemersLift+ en andere regionale samenwerkingen, zoals GGD en ODBN

  • Meer stem in Europa, Nederland en Noord-Brabant door gezamenlijke lobby

  • Deelname aan en organisatie van interbestuurlijke samenwerking op meerdere niveaus met Rijk, Provincie, Europa en andere regio’s

  • Betere marketing van de regio en de aanwezige sterke clusters

  • Daadkracht tonen op de vraagstukken waar dat kansrijk of nodig is.

In de volgende paragrafen vatten we de verschillende bouwstenen kort samen.

Economische analyse

Advies- en onderzoeksbureau Buck Consultants International (BCI) constateert dat Noordoost-Brabant een economisch krachtige regio is met een groot verdienvermogen. Met een Bruto Regionaal Product van 27 miljard euro zijn we de zesde economie van Nederland (na de vier Randstadregio’s en Zuidoost-Brabant. Er is veel werkgelegenheid in de handel, industrie en bouw. De agrifoodsector is nog steeds de stuwende sector: het grootste deel van de banen in deze sector in Brabant is gevestigd in onze regio (32%) en binnen onze regio is de agrifoodsector verantwoordelijk voor 17% van het aantal banen en een exportwaarde van 11,8 miljard euro. Dat is maar liefst een derde van de totale exportwaarde van de regio.

Naast agrifood zijn hightech en logistiek krachtige en groeiende clusters. Zoals ook in andere regio’s vindt in Noordoost-Brabant een verschuiving plaats naar de nieuwe economie: van traditionele naar dienstverlenende sectoren. Onze regio kent een hoge arbeidsparticipatie met een naar verhouding grote beroepsbevolking van 355.000 mensen. Tegelijkertijd is er sprake van krapte op de arbeidsmarkt. Kortom: er is werk genoeg en dat blijft voorlopig ook zo.

BCI beschouwt daarbij de transitie van de intensieve veehouderij als centrale opgave voor de regio in het algemeen en het agrifoodcluster in het bijzonder.

BCI laat ook zien dat Noordoost-Brabant goed scoort wat betreft de kwaliteit van het woon- en leefklimaat. Dat komt vooral door de groene omgeving en betaalbare woningen. Wat minder goed scoort Noordoost Brabant op stedelijke voorzieningen. Agglomeratiekracht – de kracht van stedelijkheid door bundeling van werken, wonen en voorzieningen – is een uitdaging. Het feit dat Noordoost Brabant achterblijft in stedelijkheid (agglomeratiekracht) en publieke voorzieningen beperkt de kans op spannende ontmoetingen en wisselwerkingen, die op hun beurt weer kunnen leiden tot nieuwe initiatieven, bedrijven en innovaties.

Eén gegeven dat door de analyse van BCI en tijdens onze regioreis in elk geval werd bevestigd: de economische kansen voor onze regio worden niet alleen gedefinieerd door de agrifoodsector, maar ook door de hightech-maakindustrie, ICT/data en logistiek. En nog belangrijker: door de wisselwerking en samenwerking tussen die sectoren. De bedrijvigheid in Veghel is hiervan een sprekend voorbeeld en ontleent onder andere aan die kracht de naam ‘Parel van de Meierij’. Zoals in veel andere regio’s in ons land vraagt dit om talenten. Daar is echter een groot tekort aan. Op het gebied van aantrekken van talent moeten we dan ook concurreren met diverse andere regio’s.

Arena-analyse

Energietransitie en klimaat, het verduurzamen van de mobiliteit, de circulaire economie en de natuur waren anno 2018 favoriete onderwerpen in de coalitieakkoorden van de colleges van B&W en waterschappen. Anders gezegd: de beweging naar een duurzame toekomst en circulaire samenleving is een gedeelde politieke ambitie.

Verschillende gemeenten maken zich zorgen over de bereikbaarheid. Denk aan de knelpunten op de A2, A50, N279, A73 en A59. Deze werken door in de totale regionale bereikbaarheid. Maar ook het verduurzamen van de mobiliteit is een gedeeld aandachtspunt. Gemeentebesturen vragen verder aandacht voor de toenemende druk op de ruimte, de krapte op de arbeidsmarkt en vraagstukken rondom arbeidsmigranten. Dit zijn bij uitstek thema’s die over gemeentegrenzen heen gaan en die raken aan nationale en provinciale opgaven. De regionale samenwerking kan op deze punten dan ook een belangrijke rol spelen. Bijvoorbeeld door kennis uit te wisselen, samen op te trekken met andere overheden en een gezamenlijk beleid of afstemming daarvan te ontwikkelen.

VN-doelen, nationale opgaven en provinciale focus

Wereldwijd groeien de zeventien duurzame doelen van de Verenigde Naties (‘sustainable development goals’ of ‘Global Goals’) steeds meer uit tot een richtsnoer voor nationale, regionale en lokale overheden. Vooral op het gebied van verantwoorde voedselproductie en slimme oplossingen voor het wereldvoedselprobleem kan en moet een krachtige agrifoodregio als Noordoost-Brabant een voorbeeldrol nemen. Maar ook klimaatactie en biodiversiteit zijn duurzame doelen waar wij als regio een verantwoordelijkheid hebben. Het Rijk en de Provincie leggen voor het eerst expliciet majeure opgaven bij de regio’s neer, zoals reductie van de CO 2 -uitstoot en duurzame energieopwekking. En ook wat betreft klimaatadaptatie en de beweging naar een circulaire economie kijken we naar actie in de regio’s. De nieuwe Omgevingswet vraagt daarnaast eveneens om integrale afweging over gemeentegrenzen heen en daarmee ook scherpe keuzes ten aanzien van werk-, winkel- en woonmilieus en ruimte voor nieuwe natuur. In het faciliteren en organiseren van die keuzes ligt wederom een taak voor de regio.

Evaluatie van de samenwerking 2014-2019

Een van de conclusies van de evaluatie van onze samenwerking tot nu toe is dat we te veel ambities en doelen hadden. Die ambities en doelen waren bovendien zó abstract geformuleerd, dat ze niet goed herkenbaar waren als vertaling van de lokale agenda's en de leefwereld van de mensen die in onze regio wonen en werken. We zijn er ook onvoldoende in geslaagd om projecten en programma’s vanzelfsprekend aan te laten sluiten bij die ambities en doelen. Dat maakte de verantwoording weleens troebel.

We hebben geconcludeerd dat we bij het opstellen van een volgende agenda meer moeten focussen op maatschappelijke vraagstukken en minder op traditionele beleidsthema’s. Ook moeten we onze doelen en ambities concreter formuleren en duidelijker een brug slaan tussen die doelen en de projecten die we uiteindelijk uitvoeren.

Uit de evaluatie blijkt echter ook dat de samenwerking steeds beter gaat. Het besef groeit dat we samen sterker staan. Het bestuurlijke overleg binnen de regio en met de provincie en het Rijk functioneert goed. De gemeenteraden staan echter nog te veel op afstand, zoals onlangs ook drie Rekenkamers uit de regio constateerden in het Rekenkameronderzoek 2019 – AgriFood Capital in Beweging .

Hoewel we minder ambities en doelen hebben bereikt dan we ambieerden, zijn het er meer geweest dan vaak werd en wordt gedacht. Uit de evaluatie blijkt dat we maar liefst twee derde van onze ambities hebben gehaald of deels gehaald. Ook zijn er successen in de overheidssamenwerking, zoals het realiseren van één loket voor de vestiging van bedrijven, een proeftuin voor kringlooplandbouw in de Peel, de aanpak van de verbetering van de A2 en A50 met het Rijk en de provincie Noord-Brabant, een eigen Omgevingskoers en diverse EU-subsidies die we naar de regio hebben gehaald. Daarnaast dragen diverse succesvolle evenementen bij aan een profiel van de regio, zoals de Dutch Food Week, We Are Food en de Keukenbazen Battle. De regio en AgriFood Capital (als merk voor de samenwerking tussen overheden, bedrijven en onderwijs) zijn daarmee vooral buiten de eigen regio een betrekkelijk sterk merk. In de regio zelf is de trots op de eigen regio en AgriFood Capital beperkt, zoals uit de evaluatie van de samenwerking bleek. We voelen ons geen Noordoost-Brabanders, maar zijn wel verbonden met het Brabantse land. Hieronder staat een samenvatting van de evaluatie door Royal HaskoningDHV.