Waarom deze agenda?

De regio Noordoost-Brabant heeft een traditie in samenwerken. Die samenwerking gaat bovendien steeds beter. In 2014 heeft dit geleid tot een strategische agenda voor de periode 2014-2020. Deze agenda heeft richting gegeven aan de samenwerking tussen overheden, ondernemers en kennispartners (Stichting AgriFood Capital) én de samenwerking tussen de gemeenten en waterschappen in Noordoost-Brabant.

Destijds hebben we op basis van een economische analyse gekozen voor een focus op het agrifoodcluster als stuwende sector. Dit is nog steeds een belangrijk economische cluster in de regio. Maar één agenda voor twee samenwerkingen gaf soms verwarring: wie gaat over wat? Daarnaast herkende niet iedereen zich in de focus op het agrifoodcluster. We hebben daarom besloten om bij de start van de nieuwe bestuurscyclus in 2020 te gaan werken met twee samenwerkingsagenda’s:

  1. Een samenwerkingsagenda voor de betrokken overheden , met focus op het werken aan een sterke basis: mobiliteit en ruimte, leefomgeving, en vestigingsklimaat.

  2. Een samenwerkingsagenda gericht op de samenwerking tussen ondernemers, onderwijs en overheden , met agrifood als speerpunt, in combinatie met belangrijke sterke sectoren als hightech, ICT/data en logistiek. Hier ligt de focus op innovatiekracht, sterke bedrijven en talentontwikkeling.

Deze twee agenda’s zijn in één proces voorbereid: ‘ Samen op Regioreis’ . Tijdens deze reis hebben we breed opgehaald, waarna we al het opgehaalde gedeeld hebben met alle betrokkenen. Maatschappelijke organisaties en provincie Noord Brabant hebben ons daarbij geholpen met een kritische reflectie op het opgehaalde. Deze aanpak heeft een goede basis gelegd voor wederzijds begrip en voor acties die elkaar versterken. Déze Samenwerkingsagenda ‘Richting 2030’ legt de opgaven vast voor de samenwerkende overheden.

"We zijn samen op regioreis en maken onderweg nieuwe vrienden"

Onze regio

Brabant wordt vaak bezongen als het land waar het leven goed is en de nachten lang. Brabant is ook het land van buiten de lijntjes kleuren, pionieren en samen proberen. Onze regio verschilt daarin niet. In landschappelijke zin kenmerkt onze regio zich door een enorme diversiteit: een mozaïek aan landschappen. Zo hebben we een rivierenlandschap aan de oostelijke en noordelijke randen, gevormd door de Maas, met de kenmerkende hoger gelegen zandgronden en historische vestingsteden als Grave en Heusden. Daarnaast hebben we een historisch (veen)ontginningslandschap in het hart van de regio: de Peel. En tegenwoordig is er een belangrijk agrarisch productielandschap met belangrijke centra als Boekel, Sint Anthonis en Mill en Sint Hubert. De huidige Meierij, die zich uitstrekt van Haaren, ’s-Hertogenbosch, Vught en Sint-Michielsgestel tot Boxtel, Schijndel, Sint-Oedenrode en Veghel, kenmerkt zich door zijn waardevolle cultuurlandschap, zandgronden, oude landgoederenstructuren en productiebossen. En in het centrum van de regio ligt de Maashorst, een aaneengesloten natuurgebied tussen Oss, Bernheze, Landerd en Uden. Een aantal beekdalen doorsnijdt de regio van zuid naar noord, zoals het Dommeldal, het Aa-dal en de Raamvallei.

Er is een duidelijke wisselwerking tussen de buitengebieden en de kernen, en tussen de kernen onderling. Van oorsprong liggen deze kernen in een sterk agrarisch landschap, aangevuld met beeldbepalende bedrijven uit de agro- en foodsector die hun oorsprong hebben in de landbouw. Sommige van deze bedrijven zijn uitgegroeid tot innovatieve wereldspelers met een belangrijke functie op het gebied van kennisontwikkeling en werkgelegenheid.

Stad en land zijn vervlochten tot een hecht netwerk. Er is een heus mozaïek waarop het gehele landbouwcomplex een belangrijke stempel drukt. Dat complex bestaat uit de primaire sector en aanverwante bedrijven uit de gehele voedselketen: een keten die in onze regio tamelijk compleet is en waarmee we ons onderscheiden.

Maar ook andere, opkomende economische sectoren spelen een steeds belangrijkere rol. Vaak zijn die wel gelieerd aan dat landbouwcomplex. Dit mozaïek heeft een aantrekkingskracht op verschillende schaalniveaus, ook dankzij de wisselwerking met de naburige economische centra buiten de regio.

De centrumstad ’s-Hertogenbosch kent een gevarieerde economische structuur. Met de laatste jaren vooral een steeds krachtigere (financiële) dienstensector en recenter een sterke groei van de ICT/datasector. ’s-Hertogenbosch is daarnaast een belangrijk voorzieningencentrum, met name voor het (hoger) onderwijs in de regio.

Noordoost-Brabant bestaat als regio uit zeventien gemeenten en twee waterschappen. De regio beslaat ruim 1.300 km 2 en biedt ruimte aan meer dan 650.000 inwoners. De regio onderhoudt relaties met diverse belangrijke gebieden buiten de regio, zoals Eindhoven (Brainport), Wageningen (Food Valley), Arnhem/Nijmegen, Venlo (Greenport) en Duitsland.

Op de lijn noord-zuid vormt de ‘Kennis-as A2’ (Amsterdam-Utrecht-’s-Hertogenbosch-Eindhoven-Maastricht) een dynamische corridor van betekenis. Hieruit ontspint zich met name de diensteneconomie. Het aanwezige agrifoodcomplex in de regio lift mee op de poortfunctie die ’s-Hertogenbosch daarin inneemt en kleurt op zijn beurt de regionale kennisintensieve bedrijvigheid. Brainport is dankzij vele inventieve technische innovaties een cruciaal complementair economisch brandpunt waarmee ook Noordoost-Brabant zich kan onderscheiden, met name op themacombinaties als agro-tech en agro-ICT/data.

De relatie met Wageningen (Food Valley) is voor de regio relevant, omdat we veel van de kennis die we daar opdoen (vooral aan Wageningen Universiteit) praktisch toepassen in onze regio. En ook met Greenport Venlo in Noord-Limburg onderhouden we een welhaast natuurlijke alliantie. Daarin krijgt met name de plantaardige tak van de agrifoodsector sterk vorm. Daarbij heeft het Land van Cuijk een bijzondere functie als verbinder, vanwege de fysieke nabijheid en de oost-westverbinding met Niederrhein en het Ruhrgebied.

Uit een studie (van Tordoir) blijkt ten slotte ook de sterke economische relatie tussen enerzijds de belangrijke clusters in de sectoren biotech en fijnmechanica in dit deel van onze regio en anderzijds de gezondheidsclusters in Nijmegen en de Brainportregio.

Met een Bruto Regionaal Product van 27 miljard euro staat Noordoost-Brabant in economisch opzicht op plaats zes van de veertig regio’s in Nederland (BCI 2019) . De regio is goed voor 330.000 banen op 650.000 inwoners, waarvan 55.000 banen in het gehele agrifoodcluster. Dat is te verklaren vanuit de historie van onze regio, waarin vooral de veehouderij een belangrijke rol heeft gespeeld. Op dat fundament heeft zich de afgelopen decennia een bloeiende agrifood-economie ontwikkeld, die met 4,3 miljard euro aan exportwaarde bijna 5% bijdraagt aan de totale exportwaarde van Nederlandse landbouwproducten. De hele keten is sterk aanwezig in de regio: van boer tot bord.

Naast de agrifoodsector is ook de hightech-maaksector in onze regio sterk. Hier zien we de verwevenheid met Zuidoost-Brabant: beide regio’s zijn zowel in de agrifoodsector als in de hightech-maaksector koploper in Brabant.

Daarnaast is de logistiek een sterk cluster, terwijl ICT/data en zakelijke dienstverlening groeien. Noordoost-Brabant is ook de thuisbasis van een aantal hogescholen. De gunstige ligging van de regio maakt het bovendien mogelijk ‘leentjebuur’ te spelen met top-kennisinstituten in Eindhoven, Tilburg, Utrecht, Wageningen en Nijmegen.

De regio is minder verstedelijkt dan andere sterke regio’s in ons land. Daardoor heeft deze een groen karakter, met vitale dorpen met goede voorzieningen. Noordoost-Brabant is bovendien een bourgondische regio. We zijn weliswaar pragmatische denkers en harde werkers, maar we vieren ook het leven en het woordje 'ons' is niet alleen een bezittelijk voornaamwoord, maar staat veeleer synoniem voor sterke netwerken en familiebanden.

Kenmerkend is daarnaast dat de centrumstad ’s-Hertogenbosch eigenlijk aan de rand ligt, en dat grote steden buiten de regio – zoals Nijmegen en Eindhoven – ook een centrumfunctie voor deze regio vervullen. Bovendien zijn er meerdere middelgrote steden met een belangrijke bovenlokale functie, zoals Cuijk, Boxmeer, Uden, Veghel en Oss.

Deze diversiteit heeft in het verleden wel eens geleid tot suboptimale oplossingen. De laatste jaren is de samenwerking (op het niveau van de 17 + 2 ) echter sterk gegroeid vanuit het besef dat we elkaar hard nodig hebben om de uitdagingen van deze tijd aan te gaan.

Een regio die snel verandert

De landbouw heeft de regio de laatste decennia veel welvaart gebracht. Tegelijkertijd zijn veel van de negatieve aspecten afgewenteld op natuur, landschap, bodem, water en lucht. Deze ontwikkeling leidt, samen met de negatieve invloed van de landbouw op de gezondheid van mens en dier, tot een afnemend maatschappelijk draagvlak voor met name de intensieve veehouderij.

Ons voedselsysteem zal daarom de komende jaren drastisch op de schop worden genomen. Kringlooplandbouw is het devies, en dat past in de beweging naar een circulaire economie. Door schaalvergroting zal het aantal agrarische bedrijven halveren. Ook komt een ‘warme sanering’ op gang van bedrijven die niet meer passen in hun omgeving. Dat moet om o.a aan de stikstofnormen te kunnen voldoen en om blijvend een gezonde leefomgeving te kunnen garanderen.

Maar de transitie is ook nodig voor verduurzaming van de primaire productie en innovatie in de gehele voedselketen. Denk aan: het terugdringen van verspilling, diervriendelijke productie, slim ontworpen nieuwe producten met een lage ecologische voetafdruk, nieuwe gewassen van eigen bodem in plaats van import uit verre landen, meer green-tech, minder uitstoot van schadelijke stoffen en het oplossen van de mestproblematiek. Deze transitie zal ook gevolgen hebben voor onze regio: voor de aard van de werkgelegenheid, de vraag naar werk,de manier waarop we ons geld verdienen, de wijze waarop we onze ruimte inrichten en we met name de dorpse gemeenschappen vitaal en levendig houden.

Door de grote hoeveelheid vrijkomende agrarische bebouwing tot 2030 (ongeveer 1 miljoen m²) en nieuwe circulaire productiemethoden in de landbouw ontstaat ruimte voor nieuwe natuurnetwerken, voor alternatieve energiebronnen (zoals windmolen- en zonneparken) en voor het vasthouden van water. Dat is vooral een kans, maar het vraagt ook om wendbaarheid en samenwerking.

Het landschap van stad en land gaat de komende jaren ook veranderen door het veranderende klimaat en de energietransitie. Alle gemeenten onderschrijven de ambitie om klimaatneutraal te zijn in de toekomst. Dat kan alleen door samen te werken, door samen na te denken over locaties voor windmolens en zonneparken, en door samen kennis uit te wisselen over het energiezuinig maken van de gebouwde omgeving.

De transitie van de oude economie naar een nieuwe circulaire economie biedt dus eveneens kansen. Maar daar hebben we wel de juiste mensen voor nodig. Robotica en dataficering zullen de economie veranderen. Zij vragen om goed geschoolde arbeidskrachten. Tegelijkertijd zorgen vergrijzing en het wegtrekken van jongeren voor krapte op de arbeidsmarkt en zal het moeilijker worden om voorzieningen op peil te houden. Voorzieningen en leefbaarheid staan onder druk in veel kleinere kernen in onze regio. Snelle en goede verbindingen worden dus steeds belangrijker. Deze verbindingen worden vraagafhankelijk, op maat en duurzaam ingezet om banen en voorzieningen te kunnen (blijven) bereiken in én buiten de regio. En ondertussen willen we kunnen blijven genieten van een fijne plek om te wonen.

Een regio waar we hartstikke trots op zijn

We hebben tijdens onze regioreis de ‘schatten van de regio’ ontdekt. Of beter gezegd: herontdekt. Zo zijn we ons goed bewust van onze krachtige economische positie: de aanwezigheid van traditioneel sterke sectoren in de agrifood-sector, in combinatie met sterke opkomende sectoren in de hightech en ICT/data.

Maar onze regio typeert zich ook door de kracht van onze bijzondere bedrijven die wereldleider zijn in hun vakgebied, een omvangrijk mkb en vele familiebedrijven. Daarnaast hebben we geconstateerd dat de transitie naar een duurzame voedselproductie al volop aan de gang is. En dat de structuur van onze steden en dorpen, met het groen en blauw, het kenmerkende erfgoed en onze cultuurhistorie, een kwaliteit is die mensen trekt. Dat de buitenwereld jaloers kijkt naar het organiserend vermogen en de aanpakkersmentaliteit van onze regio. Redenen te over dus om trots te zijn op Noordoost-Brabant! Dat besef is wellicht de belangrijkste winst van onze reis.

Waarom samen?

Alleen ga je sneller, maar samen kom je verder. Dat is een tegeltjeswijsheid die ook op onze regio van toepassing is. En we komen van ver. In de jaren negentig van de vorige eeuw en in de beginjaren van het nieuwe millennium hebben we ons nauwelijks om regionale samenwerking (op het schaalniveau van Noordoost Brabant) bekommerd. Pas enkele jaren geleden hebben we nut en noodzaak ontdekt om uitdagingen samen op de schaal van Noordoost Brabant te pakken.

Soms werden we ook gedwongen. De aanleidingen waren divers. Hogere overheden wilden met één sterke partij (regio) aan tafel in plaats van met veel gemeenten met verschillende ‘monden’. Tegelijkertijd ontstond bij gemeenten de behoefte aan onderhandelingsmacht om subsidies te verkrijgen, zoals voor (snel)fietspaden, natuurnetwerken en klimaatmaatregelen.

Ook waren er bedrijfsmatige aanleidingen, zoals een gezamenlijke lobby voor bijvoorbeeld grote infrastructurele projecten en een gezamenlijk loket voor bedrijven. Er ontstond behoefte aan kennisdeling, omdat door toenemende technologisering niet alle kennis meer in eigen huis aanwezig kon zijn. Er kwamen breed gedeelde maatschappelijke vraagstukken, zoals voorzieningen die onder druk staan en het goed bereikbaar houden van bedrijven en winkel- en woongebieden. Daarnaast was sprake van een verplichting tot samenwerken, omdat wetten en regels van hogere overheden daarom vroegen, zoals bij de regionale afstemming van woningen, bedrijventerreinen en detailhandel. Maar denk ook aan de zeer recente verplichting om te komen tot een regionale energiestrategie.

Inmiddels weten we elkaar weer te vinden, als is dat soms met vallen en opstaan. Daarin zijn we echter niet uniek. We hebben elkaar ook nodig. We hebben namelijk allemaal te maken met dezelfde, serieuze maatschappelijke vraagstukken en veranderingen. Die vragen om een gezamenlijk handelingsperspectief.

Omgaan met veranderingen: dat is de grootste uitdaging van Noordoost-Brabant. En daar zijn we van oudsher goed in. Deze Samenwerkingsagenda Richting 2030 geeft richting aan wat we samen als gemeenten en waterschappen kunnen doen: wat we als gezamenlijke opgaven zien. Deze opgaven zijn portefeuille-overschrijdend geformuleerd, hangen nadrukkelijk samen en vragen om maatwerk in specifieke netwerken. Uiteraard hoort daar een sturing en legitimering bij. De afspraken over de governance en een meerjarig financieel perspectief zijn daarom vastgelegd in een meerjarig samenwerkingsconvenant. Elk jaar stellen we een uitvoeringsprogramma vast met concrete acties die de verschillende opgaven verder inkleuren. Daarover rapporteren we jaarlijks aan de gemeenteraden en de algemene besturen van de waterschappen.

Ook het Rijk, provincies, andere regio’s en Europa zijn belangrijke partners om onze complexe opgaven mee op te pakken. Bij verschillende dossiers – zoals ruimte, mobiliteit (A50), energie (RES) en de transitie van de landbouw – vormt de gedachte van één overheid de basis voor een gezamenlijke uitwerking, samen met een sterk netwerk van partners en aanvullend op de ondernemersgerichte agenda.

Rollen en afbakening

Deze Samenwerkingsagenda gaat over wat we als overheden samen doen en de verschillende rollen die we spelen. Samen willen we:

  • Onderzoek doen

  • Kennis en ervaringen delen

  • Opgaven agenderen, daarvoor lobbyen en deze uitvoeren

  • Beleid maken en uitvoeren

  • Investeren

  • Versnellen, experimenteren en voorbeeldprojecten op de kaart zetten.

Dat doen we om verschillende redenen. Meestal omdat je samen verder komt. Maar soms is samenwerken ook goedkoper of efficiënter, of is het (wettelijk) verplicht. En vaak gaat het om een combinatie van redenen. We werken niet samen om het samenwerken. Doelen en opgaven staan centraal. Daar gaat deze Samenwerkingsagenda over.

Soms werken we samen in de samenstelling van zeventien gemeenten en twee waterschappen, en soms ook niet. Bij de uitvoering en aanpak van de opgaven kunnen we immers in wisselende coalities werken, afhankelijk van de maatschappelijke urgentie, de bestuurlijke energie en de ambtelijke capaciteit. Samenwerken in Noordoost-Brabant betekent ook niet dat samenwerken in en met partners uit andere regio’s verboden is. Integendeel zelfs: onze regio is daar ook te divers voor.

Met deze Samenwerkingsagenda richten we ons op de opgaven die we in regionale samenwerking moeten of willen oppakken. Dat doen we binnen de volgende thema’s:

  • Leefomgeving (waaronder klimaat en energie)

  • Mobiliteit en ruimte

  • Vestigingsklimaat.

  • Behoud van talent in de regio

Deze thema's vormen ook de verbinding tussen deze Samenwerkingsagenda en de Strategische Agenda's van de betrokken overheden, bedrijven en kennisinstellingen (in de stichting AgriFood Capital). Zo richt de ondernemersgerichte agenda zich vooral op het versterken van de economische structuur en het innovatieklimaat in Noordoost-Brabant.

De strategische Werkagenda van ondernemers, onderwijsinstellingen, sociale partners en overheden samenwerkend in Noordoost Brabant Werkt!, richt zich op een economisch en sociaal sterk Noordoost Brabant vraagt om een veerkrachtige arbeidsmarkt. Dat is een arbeidsmarkt met wendbare en weerbare mensen en organisaties. Die minder gevoelig is voor conjunctuurschommelingen. Waar alle mensen hun talent benutten, zich blijven ontwikkelen en kunnen meedoen.

Het ondersteunen van starters en doorstarters in de regio gebeurt bij de stichting OndernemersLift+. Dit maakt deel uit van onze gedeelde ambitie om de economie in Noordoost-Brabant te versterken.